Gele
dovenetel (Lamium galeobdolon L.)
Familie: Lamiaceae (Lipbloemigen)
Diagnostische kenmerken:
Bladen ongevlekt of met verspreide kleine witte vlekken. Plant (meestal) met uitlopers. Bloemkroon geel met bruine vlekken op de onderlip; de onderlip met 3 vrijwel gelijke, spitse slippen. Onderste bladen lang gesteeld, rondachtig tot langwerpig, met afgeknotte of iets hartvormige voet, stomp, dubbel gekarteld, vaak witachtig gevlekt, de bovenste korter gesteeld of zittend, eirond tot langwerpig, spits, gekarteld-gezaagd. Kroonbuis iets gekromd, van binnen met een schuine haarring.
Bloeiperiode: april-juni
Standplaats:
Op vochtige, meer of minder voedselarme, al of niet kalkhoudende grond in loofbossen en hakhout.
Zeldzaamheid en verspreiding:
Komt algemeen voor in bijna heel de Vlaamse Ardennen, maar zeldzaam in het noord-westen.

|